molDe mol is een zeer veel voorkomend plaagdier. Mollen leven in een territorium met een oppervlakte van ca. 400m² en leven daar solitair. Dit houdt in dat een mol geen andere soortgenoot accepteert in zijn woongebied. Met uitzondering van het voorjaar, dan verlaten de mannetjes hun territorium om op zoek te gaan naar een vrouwtje. Ondergronds heeft de mol dan ook maar één vijand en dat zijn soortgenoten. Bovengronds komt hij vele vijanden tegen waaronder: Reigers, Marterachtigen, Roofvogels en natuurlijk de Mens.

Een mol is te herkennen aan een zwarte tot blauwzwart gekleurde vacht en spitse snuit. In de vacht verborgen oren en ogen en twee grote graafpoten aan de voorzijde van het lichaam. Mollen zijn praktisch blind, maar kunnen goed horen en ruiken. Mollen zijn goede gravers en zwemmers. Hun schuilplaatsen zijn dan ook vaak te vinden in waterrijke streken. De schuilplaatsen worden gegraven onder hekwerken, afrasteringen en aan de slootkant omdat daar de minste verstoring plaatsvindt door machines of bewerkingen in de grond.

De zelf gegraven gangen vormen een zeer uitgebreid stelsel (soms van 150 meter). In dit gangenstelsel bevinden zich voorraadkamers en nesten. Zij leven van insecten en weekdieren. Zo zijn bijvoorbeeld kevers, wormen en larven zeer populair. Met name in pas ingezaaide tuinen en akkerlanden richten zij veel schade aan omdat één mol in minder dan één jaar vijf kruiwagens grond verzet.

Weringmaatregelen

Wanneer ontdekt wordt dat er mollen actief zijn of men wil voorkomen dat zij zich in de buurt vestigen, zult u het gras regelmatig moeten maaien, het terrein bewerken met zaai-, verticuteer- en bezandingsmachines en zorgen dat er veel geluidsoverlast is en blijft. Maar zelfs dit garandeert geen mollen vrij terrein. Ook het hoge gras in de slootkanten moet worden verwijderd of kort worden gemaaid.

Als u toch een mol in uw tuin of grasland krijgt, dan kunt u een klem plaatsen om hem zo proberen te vangen. Mocht dit niet lukken, neem dan een deskundige ongediertebestrijder in de hand.

Bron: NVPB